Nachtdicht
Ay, there’s the rub
autoalarmen laten zich niet door gesloten ramen stillen
moeilijke woorden vertalen zich makkelijk in actie
dat leven van me, het is aanlokkelijk om het te vervloeken
omdat ik niet krijg wat ik heb in mijn opschrijfboekje
shift komma drie en dan je hoofd een kwartslag draaien
wat er is, is er
wat er niet is, verzin ik erbij
Sorry Zeno
Genoeg nachten verspild
Wachtend op het trillen van een telefoon
Terwijl een junk zijn lied zong dat maar uit één box klonk
- Van techniek weet ik niets –
Honderdzestig levenstekens verlangend
Zette ik het volgende nummer op
Het was te laat om mee te vloeken
Genoeg films gezien
Over levens die de mijne niet zijn
Gesloten eindes die me omklemmen
Mijn neus op feiten drukken
Die de waarheid niet zijn
Schijnglimlachjes in vervormde kleuren
Maar veel te lachen viel er niet
Genoeg kansen gehad
Daar laat ik het bij
Genoeg kansen
Zesentwintig
Een trompet vertelde
Het regende niet: sneeuw
Ik dacht dat ik je zag ademen
Het rook naar gemis
Handen reikten niet
Weermannen hielden zich afzijdig
Er steeg iets naar mijn hoofd
Letters lonkten niet
Zeven min vijf kan liefde zijn
5:41 of Dag nachtritme
Alleen stilte
Geen omgekeerde ritmes
Eros jaagt zonder pijlen
Vonken voeden zich met zuurstof
Maar de lucht ontbrak vandaag
Ongenode gasten zonder dekentjes
Smeerden hun boterhammen in ons gezicht
Tot wij pindakaas waren – en niets dan dat
Geen omgekeerde ritmes
Stilte alleen
5:15
Zing verhalen uit bomen van ver
Of iets minder vaag, gewoon een lied.
Dat er een lach ergens omheen krult
En dat het ergens van jou mijn ergens ontmoet
Op een nacht in een hoekje van mijn wereld
Op de wereld in een hoekje van mijn nacht
Een gezicht glinstert goedemorgen
Mits jij nu verhalen zingt
Of gewoon een lied
5:19
De tweede doet meestal het minst
Wat lummelen op een kippenboerderij
Of een gehaktbrood klaarmaken op klaarlichte dag
De schaduw van de eerste was bedorven
Die van de derde te vers
Iedereen is vergeten waar de zon staat
Achterover
Dat bomen bomen zijn
En groen verveelt
Leerden spinnen mij
En
Dat dag geen dauw is
Gauw mis ik hagelslagjes
Als ik liggend dieet
Soms
Met een cracker
En wat appelsap
Eet ik luchten leeg
Tot
Buiken vol van daglicht
De nacht de zon verraadt
Dan verlaat ik grasvelden
Straks
Op een vlot
Desnoods in een tram
( de vrouw naast me twittert haar leven met een glimlach)
En misschien
Als je het echt wil
Zelfs in mijn eigen slaapkamer
Zal ik sterven
Maar nu nog niet
Nu is het bijna lente
Hoop
Afval leegt mij
Er was sfeer, er waren roezen uit te slapen
Nu is er een ophoping
Van verpakkingen die niet eens over datum waren
En wijnflessen die nog gesloten hadden moeten zijn
Roep de vuilnisman
De leegte moet terug
Verlanglijst
Gewoon een beetje liefde
Vluchtkus of liefdesbrief
Iets van jou dat eerst rondslingerde
Maar nu mijn blik vangt
Een liedje dat je altijd draait
En dat ik dat dan ook draai
Of dat jij uit een stofwolk
- Die wonderwerkelijk ontstaat -
Naar me toe komt lopen
Met één hak en een blote voet
Zodat je een beetje hinkt
Maar misschien is dat
Te veel gevraagd
Zoek
Ik zoek woorden
Om gekunsteld
Diep van binnen
Te beschrijven
Maar mijn pen stopt
Na het schrijven
Van een slordig
‘Flauwe Venus.’
Strand
Kuiten vangen wind
Zand in alle dingen
Stuurloos achterop
Fluitend, lieve lippen
Tandem als een grijze
Aanraking fluweel
Zonder titel
Als jij op het bed ligt, met je
Hoofd over de zijkant, zodat
Het ondersteboven hangt en
Mij dan toespreekt, zelfs dan
Zie ik waarom ik je
Wilde en nog steeds wil.
Je hoofd loopt rood aan, haar wild
En ik ontdek zelfs op je
Huid wat onnefenheden
Maar je ogen zijn er en je
Mond, hij is er en je lach, hij is er
Je bent er.
Woord
Lispel mooie woorden
Spreek ze uit en krijs ze
Houd je sokken aan
Leg je neer en zoek me
Vind me en omhels me
Streel mijn oren gulzig
Fluit erin en krabbel
Woorden zonder titel
Stil me en ontdek
Een woord van nieuwe klanken
Die ritselen en zwijg pas
Als de letters op zijn
Sans titre
N’importe quoi
Tes levres et moi
Sans blague, sans loi
N’importe qui
Moi, je dit
Seulement oui
Kind
Soms voel ik mij een man
Dan klim ik in bomen
En eet ik te veel vlees
Soms voel ik mij een knaap
Dan klim ik in pennen
En eet ik chocola
Achter
Je schopt me met je scherpe tong
Je zet je tanden in mijn vlees
Je snuift minachtend, lacht me uit
Je plet me en je geeft geen kik
En al dat kwaads, ik heb je door
Je doet het met een ondertoon
Van liefde, pret en veel geluk
Want mij zacht kussen is te laf
En oppervlakkig bovendien
Geur
Ik snuif je op
De weke lucht
Van dronken vrouw
Van diepe zucht
Van slechte jeugd
Van zware shag
Ik ruik haar niet
Ik ruik alleen
Die ene geur
Van jonge vrouw
Met zachte huid
Die doelloos lief
Dramatisch grof
Mijn aandacht vraagt
Kaars
Bij kaarslicht
Beschrijf ik
De clichés
Met een zucht
Dat ik bang…
Dat ik laf…
Dat jij lief…
Ik niet durf.
Kaars moet uit
Lamp moet aan
Fel en lomp
Om te zien
Diep
‘s Nachts in de stilte
Rook ik mij op
Fluit ik je naam
Vul ik mijn glas
Klopt
Slaapt in vieze bedden
Kijkt geraakt naar sterren
Zonder enig doel
Ziet haar foto’s stralen
Hoort haar stem van binnen
Kust verdwaasd de lucht
Chemische reactie
Droomt en denkt en wil haar
Schrijft een slijmgedicht
Gras
We maken soldaat
We kijken omhoog
We sidderen stil
We kietelen laf
Dan liegen we slim
En liggen we lomp
We tergen bloedheet
We geven snel toe

6 reacties
Ga naar reactie formulier | comment rss [?] | trackback uri [?]